Zoals u weet is het beleid inzake de omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten sedert 1 augustus 2018 verankerd in het decreet Integraal Handelsvestigingsbeleid (decreet IHB) en ingekanteld in de omgevingsvergunning.
Aanvragen voor zowel de omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten (vroegere socio-economische vergunning), als voor stedenbouwkundige handelingen (vroegere bouwvergunning) en de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit (vroegere milieuvergunning) verlopen via dezelfde procedure en worden samen (!) aangevraagd via het omgevingsloket indien er verschillende vergunningen moeten bekomen worden voor 1 project.
Bij decreet van 7 juli 2023 werden wijzigingen doorgevoerd aan het decreet IHB en het decreet over de omgevingsvergunning in verband met de vergunningsplicht voor kleinhandelsactiviteiten.
Dit wijzigingsdecreet wijzigt o.a. de definities van “kleinhandelsbedrijf” en “handelsgeheel” én voegt nieuwe (!) categorieën van kleinhandelsactiviteiten toe. Op 12 januari 2024 heeft de Vlaamse Regering de datum van inwerkingtreding van artikel 4 en 6 van dit wijzigingsdecreet vastgelegd op 4 maart 2024!
Wat verandert er?
Verfijning van de definities voor handelsgeheel en kleinhandelsbedrijf
Kleinhandelsbedrijf:
De nieuwe definitie luidt als volgt: ‘een distributie-eenheid waarvan de activiteit volledig of gedeeltelijk bestaat uit het te koop aanbieden of wederverkopen van goederen aan consumenten’.
Vallen daardoor onder deze definitie: maakbedrijven met een verkoopoppervlakte, de combinatie groot- en kleinhandel, andere mengvormen, afhaalpunten en winkels waar je kan kopen maar je de goederen laat leveren.
Vallen buiten de definitie: logistieke verdeelpunten en zogenaamde darkstores met een beperkte toegang voor consumenten.
Handelsgeheel:
De nieuwe definitie luidt als volgt: ‘een geheel van kleinhandelsbedrijven binnen eenzelfde gebouw of in aaneengesloten bebouwing waarvoor de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen samen verkregen werd, ongeacht of:
a) de kleinhandelsbedrijven zich op één perceel of op elkaar aansluitende percelen bevinden;
b) dezelfde persoon de ontwikkelaar, eigenaar of uitbater van de kleinhandelsbedrijven is.’
Deze nieuwe definitie zal dus van toepassing zijn op minder situaties. Door de definitie op deze manier aan te passen wordt duidelijk dat de kleinhandelsbedrijven zich in één gebouw of in aaneengesloten (maar gezamenlijk stedenbouwkundig vergunde) bebouwing moeten bevinden om onder de definitie van een handelsgeheel te vallen.
Deze wijziging van de definitie zorgt ervoor dat louter het gezamenlijk regelen van in- en uitritten niet langer betekent dat er een nieuw handelsgeheel wordt gevormd.
Aanpassing categorieën van kleinhandelsactiviteiten:
Bestaande categorieën (blijven behouden):
Categorie 1: verkoop van voeding
Categorie 2: verkoop van goederen voor persoonsuitrusting
Categorie 3: verkoop van planten, bloemen en goederen voor land- en tuinbouw
Nieuwe categorieën (uitsplitsing categorie 4)
Categorie 4: verkoop van vervoers- en transportmiddelen
Categorie 5: verkoop van volumineuze goederen (die niet vallen onder de categorieën 1, 2, 3 en/of 4)
(Wanneer de som van de hoogte, de breedte en de diepte 2,5m of meer bedraagt, wordt het goed als volumineus beschouwd.)
Categorie 6: verkoop van niet-volumineuze goederen (die niet vallen onder de categorieën 1, 2, 3 en/of 4)
Invoering van een vergunningsplicht voor de opsplitsing van kleinhandelsbedrijven > 400m²
Voor een individueel kleinhandelsbedrijf geldt een vergunningsplicht wanneer de NVO van 400m² of meer wordt opgesplitst in twee of meer afzonderlijke kleinhandelsbedrijven. Op het moment dat deze opsplitsing heeft plaatsgevonden, valt dit geheel onder de definitie van een handelsgeheel.
Voor een opsplitsing van een kleinhandelsbedrijf van meer dan 400m² NVO binnen een handelsgeheel geldt de vergunningsplicht op niveau van het handelsgeheel zoals dat ook het geval is voor vergunningsplichtige uitbreidingen en wijzigingen tussen categorieën. Zelfs als deze wijzigingen zich maar in één van de kleinhandelsbedrijven in het geheel voordoen, zal een vergunningsaanvraag nodig zijn zodra daarmee de drempel op niveau van het geheel wordt overschreden. De vergunning moet steeds aangevraagd worden op niveau van het handelsgeheel.
Handhaving
In het decreet IHB stond opgenomen dat personeelsleden van een politiezone toezichthouder kunnen zijn. Tot voor kort werd de vergunningspraktijk voor kleinhandelsactiviteiten echter nauwelijks gehandhaafd.
De handhaving van het nieuwe decreet zal voortaan ook door gemeentepersoneel of via een intercommunale kunnen gebeuren, na aanwijzing door het College van Burgemeester en Schepenen. Het aanwijzen van iemand van de politiezone blijft ook een mogelijkheid. Daarnaast worden de handhavingsbepalingen gestroomlijnd met de bepalingen inzake milieuhandhaving.
Wijzigingen op het vlak van Omgeving
Niet enkel het decreet IHB wijzigt, ook het decreet omgevingsvergunningen.
Een vergunning vervalt voortaan enkel voor het deel dat niet ingevuld is door een kleinhandelsactiviteit (na of gedurende vijf jaar). De rest blijft vergund.
Concreet:
Vanaf 4 maart 2024 dienen de nieuwe aanvraagformulieren W1 (kleinhandelsactiviteiten) en E1ter (mobiliteitstoets detailhandel) gebruikt te worden voor aanvragen met een kleinhandelsluik.
Reeds verleende kleinhandelsvergunningen worden van rechtswege herleid naar de nieuwe categorieën vanaf deze datum.
We begrijpen dat deze wijzigingen de complexiteit van aanvraagdossiers met een kleinhandelsluik aanzienlijk vergroten. Daarom staan we klaar om meer dan ooit uw partner te zijn en u te ondersteunen bij het begrijpen en navigeren door deze veranderingen.
Voor verdere informatie of ondersteuning kunt u contact met ons opnemen.
We kijken ernaar uit om u te helpen bij het succesvol afhandelen van aanvraagdossiers in overeenstemming met de toekomstige wijzigingen.

